Een luchtreiniger helpt om de lucht in huis schoner te maken. Hij haalt stof, pollen, rook en kleine deeltjes uit de lucht. Dat is goed voor mensen met allergieën of als je gewoon frisse lucht in huis wilt. Toch werkt een luchtreiniger niet altijd automatisch op zijn best. Je kunt zelf een paar simpele dingen doen om het apparaat beter te laten werken. In dit artikel lees je duidelijke tips die je meteen kunt gebruiken.
Zet je luchtreiniger op de juiste plek
De plaats waar je je luchtreiniger neerzet is heel belangrijk. Zet het apparaat nooit strak tegen een muur of achter meubels. Dan kan de lucht er niet goed doorheen stromen. Laat aan alle kanten ongeveer 30 centimeter ruimte vrij. Vooral bij luchtreinigers die rondom lucht aanzuigen is dit belangrijk. Als de lucht niet goed bij het apparaat kan komen, wordt die minder goed gereinigd. Ook is het slim om je luchtreiniger niet in een hoek te zetten. De lucht moet kunnen bewegen. Zet het liever in het midden van de kamer of op een plek waar veel lucht langs komt, zoals bij een deuropening of in een doorgang.
Houd ramen en deuren zoveel mogelijk gesloten
Een luchtreiniger werkt het beste als de lucht in de kamer niet steeds verandert. Als je een raam of deur open laat staan, komt er steeds nieuwe lucht binnen. Die lucht kan weer stof, pollen of rook van buiten meenemen. Je luchtreiniger moet dan steeds opnieuw beginnen met schoonmaken. Wil je toch even luchten? Doe dat dan kort. Zet een raam 5 tot 10 minuten open en doe het daarna weer dicht. Zet daarna de luchtreiniger aan. Dan kan hij de binnenlucht goed schoon houden.
Reinig of vervang de filters op tijd
Een luchtreiniger gebruikt een filter om stof en andere deeltjes uit de lucht te halen. Maar dat filter raakt na een tijdje vol. Dan werkt het minder goed. Sommige apparaten hebben een lampje dat aangeeft wanneer het filter toe is aan vervanging. Andere moet je zelf controleren. Bij sommige modellen kun je het filter schoonmaken met een stofzuiger of afspoelen met water. Let goed op wat in de gebruiksaanwijzing staat. Een schoon filter is belangrijk om het apparaat goed te laten werken. Vervang het filter op tijd, ook als het nog niet vies lijkt. Meestal is dat elke 3 tot 6 maanden, afhankelijk van het gebruik.
Laat de luchtreiniger lang genoeg aanstaan
Veel mensen zetten de luchtreiniger alleen even aan, bijvoorbeeld een uurtje. Maar dat is vaak te kort. Het duurt namelijk even voordat alle lucht in de kamer langs het filter is geweest. Zet het apparaat daarom gerust de hele dag aan, zeker in kamers waar je vaak bent. Sommige luchtreinigers hebben een automatische stand. Die past het vermogen aan op basis van de luchtkwaliteit. Dat is handig, want zo werkt het apparaat harder als het nodig is, en zachter als de lucht al schoon is.
Zet hem harder bij veel vervuiling
Soms komt er opeens veel vuil in de lucht. Bijvoorbeeld als je kookt, als er iemand rookt of als je veel mensen over de vloer hebt. Dan is het slim om je luchtreiniger tijdelijk op een hogere stand te zetten. Zo wordt de vervuilde lucht sneller gezuiverd. Let op dat een hoge stand vaak ook meer geluid maakt. Dat is niet erg als je bezig bent of niet in de kamer bent. Voor ’s avonds of tijdens het slapen kun je hem weer terugzetten op een zachtere stand.
Maak het apparaat zelf ook schoon
Niet alleen het filter moet schoon zijn. Ook de buitenkant van het apparaat heeft af en toe aandacht nodig. Stof kan zich ophopen rond de luchtinlaat en -uitlaat. Maak deze delen elke paar weken schoon met een droge doek of zachte borstel. Zo blijft de lucht goed door het apparaat stromen. Ook de ventilator of rooster aan de binnenkant kan soms vies worden. Als je erbij kunt, maak die dan ook voorzichtig schoon. Een schoon apparaat werkt altijd beter dan eentje vol stof.
Kies een apparaat dat past bij de grootte van de kamer
Niet elke luchtreiniger is geschikt voor elke ruimte. Kleine apparaten zijn bedoeld voor slaapkamers of kantoren. Grote apparaten kunnen een woonkamer of zelfs een hele verdieping reinigen. Kijk op de doos of bij de beschrijving van het apparaat voor welke grootte het geschikt is. Als je een te klein apparaat in een grote kamer zet, zal het niet genoeg lucht kunnen schoonmaken. Het werkt dan wel, maar te langzaam. Dan merk je weinig verschil in de luchtkwaliteit.
Let op als je huisdieren hebt
Haren en huidschilfers van huisdieren zweven ook in de lucht. Ze komen vaak terecht in het filter van je luchtreiniger. Als je honden of katten hebt, moet je het filter vaker controleren. Ook is het slim om het apparaat dicht bij de slaapplek van je dier te zetten. Zo worden de haren en deeltjes sneller uit de lucht gehaald. Verder kun je je dier regelmatig borstelen, zodat er minder haren in huis terechtkomen. Ook dat helpt om het apparaat goed te laten werken.
Gebruik een ventilator om schone lucht te verspreiden
Als je luchtreiniger op één plek staat, blijft de schone lucht daar het meest. Je kunt een ventilator gebruiken om de schone lucht beter te verspreiden. Zet de ventilator op een lage stand, zodat de lucht langzaam door de kamer beweegt. Zet hem niet direct naast de luchtreiniger, want dan kan de luchtstroom de werking van het filter verstoren. Je kunt ook een airconditioner of luchtverhitter gebruiken, zolang die zorgt voor beweging in de lucht. Let wel op dat het geen stof opwaait van de vloer, want dat maakt de lucht weer viezer.
Houd de luchtkwaliteit in de gaten
Sommige luchtreinigers hebben een sensor die de lucht meet. Die sensor geeft aan of de lucht schoon is of niet. Soms gebeurt dat met een gekleurd lampje: blauw is schoon, rood is vuil. Dan weet je wanneer het apparaat harder moet werken. Heeft jouw luchtreiniger geen sensor? Dan kun je een apart meetapparaat kopen. Die meet bijvoorbeeld stof, pollen of CO2. Zo kun je beter zien wat er gebeurt in huis.


